Het België waarin ik wonen wil heeft geen achterkamers. Het duldt geen geneuzel. Het praat niet in raadsels. Het spreekt de harde waarheid, bij monde van slimme dames. Het is niet bang, niet koppig en laat zich niet verdelen. Bij het horen van slogans gaat het zich vervelen. Het wordt niet zo warm van opgewarmde kost. Het gaat nog liever vissen dan te zingen uit volle borst van hanen en van leeuwen. Dat is van vorige eeuwen. Men zwaait er naar vrienden, niet met stoffige vaandels. En eet dan pralines, of augurken, of dadels.
Het België waarin ik dromen wil ligt niet wakker van verschil. Het koestert anderen, het luistert graag. Het ruikt de kansen, en geeft ze vandaag. Het klimt in torens, en tuurt in de verte. Het kent immers zijn wereld. Zoete smaken, zure geuren. Het zoekt naar de toekomst. Het laat dingen gebeuren. Verrassingen krijgen een daverend applaus. De koning leest voor uit gedichten van Claus.
Het België waarin ik kussen wil is mondig. Het praat niet naar de mond, maar is,kort en bondig: zichzelf. Te allen tijde. Om verwarring te vermijden. Het ruikt naar couscous, en naar vers gebakken brood. Het leeft om te leven, niet om ter eerste dood. Het vrijt vrijwel veilig in vochtige schuren en kantoren. Het hooi vers gemaaid vliegt letterlijk om de oren. Het prutst en het flatert, het tettert en tatert van liefde voor altijd. Totdat het van spijt… and’re oorden gaat zoeken. Ach liefde, liefde. Dat leest vlot in boeken. Uiteindelijk was je iemands vuile onderbroeken.
Maar België dus. Daar zal ik graag leven. Mijn België, viriel en turbulent en jong. Het blinkt fotovoltaïsch, het ademt als een long. Het flitst door de straten in trammen en treinen. Het gonst van de kinderen op parken en pleinen. Ik wandel er zo graag! Trottoirs zijn als lanen, breed, schoon, en overal. Voitures vertragen, van verre al. In gloednieuwe stijl is een tijdperk aangebroken. Van solar bikes, cradle to cradle, onafgebroken… glijden we, ja zo lijkt het wel. En alles gaat sneller. Toch staat er maar 30 per uur op de teller.
Het België waarin ik sterven wil is waarachtig. De wereld bewondert zijn kunsten eendrachtig. Want België schrijft, en filmt, en vindt uit. Het stuurt digitaal een wondermooi geluid zijn grenzen over, en iedereen zucht. Van pure bewondering. “Wat een hoge vlucht heeft dat land toch genomen!” Van overal blijven toeristen toestromen. Om met eigen ogen de wond’ren te zien: de mode, de dansers, de writer’s scene. En nergens elders wordt zoveel onderzocht. Wij Belgen wij zijn aan de vernieuwing verknocht. Wij beheersen het water (de zee) en de winden. Wij hebben motoren die draaien op linzen! Wij draaien pillen, en jawel bio-worsten. Wij tekenen tempels en leiden als vorsten het wankele, donkere, oneindige heelal. Het stof van ons denken vliegt rond, overal.
Ja. De dagen van twijfel zijn voor altijd voorbij. Zelfs onze premier spreekt eindelijk, eindelijk van “wij”. Hij schrijft zelf zijn speeches, met gevoel voor drama. Hij heeft humor, en kinderen, en de looks van Obama! België stottert niet, wacht niet op Europa. Het zet zelf de toon. En het gaat naar de opera. Wat een land is dit land. Vol kraakverse vruchten. Met volle theaters (nee het zijn geen geruchten)! Dit land is mijn liefste. Ik wil het beminnen. Even nog zal ik haar mensen bezingen.
De Belgen. Hoe prachtig dit volk van bergen en dalen. Hoe het zuipt en het juicht na de voetbalveldslagen. Hoe het leert van oude zielen en leeft op nieuwe hoop.
Dit volk is van nature niet-te-koop. Het bouwt geen muren en staakt het vuren. Het travakt niet meer slopend in overuren. Het zwicht niet langer voor heren met onfrisse ideeën. Het wordt altijd wakker, net op tijd, met velen. Want waanbeelden zijn overal en van alle tijden. Maar wij, de Belgen, wij laten ons niet misleiden. Wij planten ons voort, kont naar de wolken. En wij blijven het dapperst van alle volken.
TOM, JUNI 2008
(VERSCHENEN IN DE STANDAARD EN LE SOIR, NAV REEKS BELGIË NIEUWE FORMULE/LA BELGIQUE NOUVELLE FORMULE)
Recente reacties